Meerwaardebelasting op crypto in België: 10% heffing vanaf 2026 uitgelegd
- Aeacus Lawyers

- 3 apr
- 13 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 dagen geleden
Snel antwoord Vanaf 1 januari 2026 geldt in België een meerwaardebelasting van 10% op gerealiseerde winsten op financiële activa, waaronder alle cryptoactiva. De eerste €10.000 per jaar is vrijgesteld. Historische meerwaarden (opgebouwd vóór 31/12/2025) blijven volledig belastingvrij. De berekening volgt de FIFO-methode; de bestaande 33%-heffing op speculatieve verrichtingen blijft naast het nieuwe regime bestaan. |
Fiscale wijzigingen voor crypto in België: voor en na 1 januari 2026
Overzicht van de oude en nieuwe spelregels.
Onderwerp | Vóór 2026 | Vanaf 2026 |
Tarief normaal beheer | 0% (vrijgesteld) | 10% |
Vrijstelling | Volledige vrijstelling bij normaal beheer | €10.000 per jaar; niet-gebruikte vrijstelling overdraagbaar (tot €1.000/jaar, max. 5 jaar) |
Aankoopwaarde | Oorspronkelijke aankoopprijs | Step-up: marktwaarde op 31/12/2025 |
Staking | Roerende inkomsten (~30%) | Ongewijzigd |
Speculatief handelen | 33% diverse inkomsten | Ongewijzigd |
Beroepsmatige handel | Progressief tot 50% + sociale bijdragen | Ongewijzigd |
Verliesaftrek | Ja en overdracht naar vijf volgende jaren | Ja maar geen overdracht naar volgende jaren |
Berekeningswijze kostprijs | Vrije keuze: FIFO, LIFO of gewogen gemiddelde | Verplicht FIFO |
Wat ziet de fiscus? | Enkel wat je zelf aangaf | Via DAC8 rapporteren exchanges automatisch al je transacties, saldi en winsten |
I. De meerwaardebelasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden
In de nacht van 2 op 3 april 2026 keurde het parlement de algemene meerwaardebelasting goed. Daarmee komt een einde aan een wetgevende saga die in december 2025 begon met het voorontwerp van programmawet. De wet voert een heffing van 10% in op toekomstige gerealiseerde meerwaarden op financiële activa — met inbegrip van cryptoactiva. Meerwaarden opgebouwd vóór de inwerkingtreding blijven uitdrukkelijk vrijgesteld.
Het nieuwe regime is van toepassing op meerwaarden die worden gerealiseerd bij een overdracht onder bezwarende titel van financiële activa. Daarvoor moeten twee voorwaarden cumulatief vervuld zijn: het actief moet een financieel actief zijn én de meerwaarde moet gerealiseerd worden bij een overdracht onder bezwarende titel.

Voorwaarde 1: Cryptoactiva als financiële activa
De memorie van toelichting hanteert een ruime definitie van "financiële activa". Vier categorieën worden onderscheiden: financiële instrumenten, bepaalde verzekeringscontracten, cryptoactiva en beleggingsgoud.
Cryptoactiva worden uitdrukkelijk aangemerkt als financiële activa. De wet sluit aan bij de definitie uit Verordening (EU) 2023/1114 (MiCA): een cryptoactivum is elke digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie, inclusief niet-verwisselbare tokens die voor betalings- of beleggingsdoeleinden gebruikt kunnen worden
Categorieën van cryptoactiva volgens MiCA
MiCA onderscheidt vier categorieën:
Elektronischgeldtokens: stablecoins gekoppeld aan een officiële valuta, zoals de euro of dollar.
Activagerelateerde tokens: cryptoactiva gekoppeld aan andere activa of rechten dan een officiële valuta.
Utility tokens: uitsluitend bedoeld om toegang te verlenen tot goederen of diensten van de uitgever.
Restcategorie: klassieke cryptomunten zoals Bitcoin (BTC) en Ether (ETH) die geen recht geven op een onderliggend actief en geen stabiele waarde nastreven.
De gehanteerde definitie is bijzonder ruim. Niet alleen klassieke cryptocurrencies maar ook stablecoins die niet aan de euro zijn gekoppeld — zoals USDT of USDC — vallen er in principe onder. Een positieve wisselkoersevolutie bij verkoop of omzetting van dergelijke stablecoins levert dan ook een belastbare meerwaarde op. Het stabiliteitsmechanisme van deze tokens, gericht op het volgen van de Amerikaanse dollar, verandert niets aan die beoordeling zolang er geen rechtstreekse koppeling aan de euro is.
Security tokens en financiële instrumenten
Cryptoactiva die als financiële instrumenten kwalificeren in de zin van MiFID vallen buiten de MiCA-verordening, maar vallen daarmee niet automatisch buiten de meerwaardebelasting. Zogenaamde security tokens — die hun houder rechten verlenen vergelijkbaar met aandelen of obligaties — kunnen als effecten worden beschouwd in de zin van de wet van 2 augustus 2002. In dat geval vallen zij eveneens onder de meerwaardebelasting. Bij deze beoordeling primeert steeds de economische realiteit boven de juridische vorm.
NFT’s en de meerwaardebelasting
De wetgever heeft bewust gekozen het Europese MiCA-referentiekader te verruimen door ook bepaalde non-fungible tokens onder de meerwaardebelasting te brengen. Het gaat niet om NFT's die louter een digitaal verzamelobject belichamen, maar om tokens die in de praktijk worden gebruikt of verhandeld met een economisch oogmerk.
Zodra een NFT vrij overdraagbaar is en verhandeld kan worden op een gespecialiseerde marktplaats zoals OpenSea, krijgt zij fiscaal een investeringskarakter. De verhandelbaarheid in de praktijk is het doorslaggevende criterium. NFT's die op een open en liquide marktplaats worden aangeboden en waarvoor een marktprijs tot stand komt, worden geacht een investeringsfunctie te vervullen. Dit geldt voor bekende NFT-collecties maar ook voor kunstenaars die fysieke werken koppelen aan een NFT die afzonderlijk wordt verhandeld. Zodra de NFT zelfstandig circuleert op een secundaire markt en een verhandelbare waarde vertegenwoordigt los van het fysieke kunstwerk, is de kwalificatie als investeringsactief onvermijdelijk.
Voorwaarde II: Overdracht onder bezwarende titel van crypto (fiscale realisatie)
Er is slechts sprake van een belastbare meerwaarde wanneer een cryptoactivum wordt gerealiseerd — dat wil zeggen: bij een overdracht waarbij de overdrager een tegenprestatie ontvangt.
Het ruilen of swappen van crypto
Elke vervreemding van cryptoactiva wordt beschouwd als een overdracht onder bezwarende titel — niet alleen een verkoop tegen euro's of dollars, maar ook een swap van het ene naar het andere cryptoactivum. Ook het omzetten van BTC of ETH naar een stablecoin is belastbaar. Dit sluit aan bij de definitie van een "wisseltransactie" in de zin van Richtlijn (EU) 2023/2226 (DAC8), die zowel de wissel crypto/fiat als de wissel tussen cryptoactiva omvat.
Gebruik van crypto als betaalmiddel
Ook het aanwenden van cryptoactiva voor de aankoop van goederen of diensten vormt een fiscale realisatie. Voor belastingplichtigen die gebruikmaken van een cryptobetaalkaart (Revolut, Crypto.com, Nexo, Bybit Card, Coinbase Card, Bitrefill Card) houdt elke betaling fiscaal gezien een realisatie in van de onderliggende crypto. Op de gerealiseerde meerwaarde kan de meerwaardebelasting van toepassing zijn.
Overdracht tussen eigen wallets
Wanneer cryptoactiva worden overgedragen tussen wallets van dezelfde belastingplichtige, is er geen sprake van een overdracht onder bezwarende titel. Een transfer van een cold storage wallet (Ledger, Ngrave, Trezor) naar een exchange met het oog op een latere verkoop is geen belastbare realisatie. De fiscale realisatie vindt pas plaats op het moment van de effectieve verkoop of omwisseling op de exchange.
II. Verhouding tot de bestaande 33%-heffing op speculatieve crypto-inkomsten
De nieuwe meerwaardebelasting wordt ingevoerd als lex specialis ten opzichte van het bestaande stelsel van diverse inkomsten. Dit betekent dat de huidige 33%-heffing op speculatieve meerwaarden of handelingen buiten het normale beheer van het privévermogen onverkort van kracht blijft. De 33%-heffing wordt dus niet afgeschaft.
Het nieuwe regime voorziet enkel in een afzonderlijke behandeling van meerwaarden op financiële activa die worden gerealiseerd binnen het kader van het normale beheer van het privévermogen en buiten enig beroepsmatig kader. Eenzelfde meerwaarde kan nooit gelijktijdig onder de 10%-heffing én de 33%-heffing vallen — dubbele belasting is uitgesloten.
Bij de beoordeling van het al dan niet abnormale karakter van cryptotransacties wordt rekening gehouden met een geheel van feitelijke elementen, waaronder: het aandeel van het roerend vermogen belegd in crypto, het gebruik van vreemd vermogen voor aankopen, de inzet van geautomatiseerde processen of tradingbots en het aantal uitgevoerde transacties.
Parlementaire verduidelijking: “abnormaal beheer” blijft uitzonderlijk
Minister van Financiën Jan Jambon verduidelijkte in de Kamercommissie Financiën (27 januari 2026) dat de fiscale administratie de bewijslast draagt bij een herkwalificatie naar het 33%-tarief. Die bewijslast is "aanzienlijk" en vereist dat aan meerdere criteria tegelijkertijd is voldaan. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal sprake zijn van abnormaal beheer.
Het normale tarief van 10% is het uitgangspunt. De kwalificatie als speculatief of abnormaal beheer blijft een feitenkwestie per dossier. Verdere administratieve richtlijnen zijn nodig om het onderscheid in de praktijk werkbaar af te bakenen.
III. Vrijstelling van 10.000 EUR
Het nieuwe regime voorziet in een jaarlijkse vrijstelling van €10.000 (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2027) op de belastbare basis. Onder bepaalde voorwaarden kan jaarlijks €1.000 worden overgedragen naar volgende jaren, met een absoluut plafond van €15.000.
Deze vrijstelling geldt uitsluitend voor meerwaarden binnen het nieuwe meerwaarderegime (normale beheer van privévermogen). Speculatieve, abnormale of beroepsmatige meerwaarden komen niet in aanmerking.
IV. Aanschaffingswaarde , belastbare basis en vrijstelling van historische meerwaarden
Voor de vaststelling van de belastbare meerwaarde is uitsluitend de waarde in euro op het tijdstip van respectievelijk verwerving en vervreemding relevant. Doorslaggevend is het verschil tussen de in euro uitgedrukte aanschaffingswaarde en de in euro gerealiseerde overdrachtswaarde.
De belastingplichtige moet de aanschaffingswaarde aantonen op basis van bewijskrachtige gegevens. Indien dat bewijs ontbreekt, kan de fiscus de belastbare meerwaarde vaststellen op de volledige gerealiseerde verkoopprijs — ongeacht de werkelijk behaalde winst. Een sluitende en verifieerbare documentatie is essentieel.
Het fotomoment van 31 december 2025
Voor financiële activa verworven vóór 1 januari 2026 geldt de waarde op 31 december 2025 als fiscale aanschaffingsprijs (het "fotomoment"). Meerwaarden opgebouwd vóór dat moment blijven buiten de meerwaardebelasting. Enkel de meerwaarde gerealiseerd na 31 december 2025 is in aanmerking te nemen.
Indien de oorspronkelijke aanschaffingswaarde hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025, mag de belastingplichtige tot en met 31 december 2030 die hogere waarde hanteren, mits voldoende bewijs.
Bepaling van de waarde op 31 december 2025
Voor cryptoactiva zonder officiële beursnotering kan worden teruggegrepen naar historische koersgegevens op betrouwbare marktdata-websites. Veelgebruikte bronnen zijn CoinMarketCap, CoinGecko en CryptoCompare (dagkoersen per cryptoactivum), alsook TradingView voor historische koersgegevens per specifiek handelsplatform en trading pair (bv. BTC/EUR). Het is aangewezen de gebruikte bron, het trading pair en de geraadpleegde datum expliciet te documenteren, zodat de gehanteerde waarde achteraf kan worden gereconstrueerd.
FIFO-methode
De wetgever kiest uitdrukkelijk voor de FIFO-methode (first in, first out) bij de bepaling van de aanschaffingswaarde. Artikel 102 WIB92 bepaalt dat wanneer een belastingplichtige meerdere achtereenvolgens verkregen identieke financiële activa aanhoudt, het eerst verworven actief geacht wordt het eerst overgedragen te zijn.
In de praktijk wordt de FIFO-methode doorgaans globaal toegepast op het niveau van de investeerder als persoon — niet per afzonderlijke wallet of exchange. Een depotseparatiebenadering (per wallet) zou leiden tot een onwerkbare administratieve last.
Praktisch voorbeeld: FIFO in combinatie met het fotomoment van 31 december 2025
Rekenvoorbeeld Bitcoin (FIFO + fotomoment) Aankopen:
Verkoop in 2028: 1,5 BTC @ €200.000 = totale verkoopprijs €300.000 FIFO-toerekening aanschaffingswaarde:
Totale aanschaffingswaarde: €154.600 Gerealiseerde meerwaarde: €300.000 − €154.600 = €145.400 Verschuldigde belasting (10%): €14.540, of €13.540 indien de jaarlijkse vrijstelling van €10.000 nog beschikbaar is. |
Voor de meeste beleggers is het haast ondoenbaar de berekeningen volledig manueel te maken. Software zoals Koinly, CoinTracking of Summ (CryptoTaxCalculator) is in veel gevallen onmisbaar voor een correcte aangifte.
Beperking tot de Belgische belastingperiode
Om de draagwijdte te beperken tot België wordt enkel het gedeelte van de meerwaarde in aanmerking genomen dat werd gerealiseerd tijdens de periode van Belgisch rijksinwonerschap. Voor belastingplichtigen die pas later Belgisch rijksinwoner worden, geldt de waarde op het immigratiemoment als aanschaffingswaarde.
Verrekening van minderwaarden
Gerealiseerde minderwaarden kunnen worden verrekend met meerwaarden op dezelfde categorie van financiële activa, gerealiseerd door dezelfde belastingplichtige in hetzelfde belastbaar tijdperk. Verliezen op crypto kunnen dus uitsluitend worden verrekend met winsten op andere crypto in datzelfde jaar — niet met winsten op aandelen of fondsen. Overdracht van verliezen naar latere jaren is niet mogelijk.
Kosten en niet-aftrekbare uitgaven
De parlementaire voorbereiding stelt uitdrukkelijk dat de gerealiseerde meerwaarde zelf de netto belastbare basis is. Geen enkele kost of belasting kan in mindering worden gebracht — ongeacht de aard. Dit omvat trading fees, gas fees, bridge fees, kosten bij gedwongen liquidaties, de taks op beursverrichtingen, de effectentaks en betaalde schenk- of erfbelasting.
Dit niet-aftrekbaar karakter kan in de praktijk bijzonder zwaar uitvallen. Bij diefstal, hacking, faillissement van een handelsplatform of onherstelbaar verlies door een technische of menselijke fout, blijft het totaalverlies fiscaal irrelevant. Dat kan ertoe leiden dat een belegger wordt belast op een meerwaarde die intussen volledig is verdwenen. Vanuit juridisch oogpunt roept dit vragen op over de evenredigheid van de regeling en de verenigbaarheid ervan met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel.
V. Inwerkingtreding
De nieuwe meerwaardebelasting treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2026. Meerwaarden opgebouwd vóór die datum blijven volledig vrijgesteld. De belastingplichtige kan tot en met 31 december 2030 aantonen dat de werkelijke aanschaffingswaarde hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025.
VI. Mining en andere crypto-inkomsten: status quo?
Voor andere vormen van crypto-inkomsten — mining, harvesting, liquidity pools en yield farming — bieden de huidige teksten geen bijkomende verduidelijking. De wet houdt deze inkomsten buiten het toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting. Het bestaande fiscale kader blijft van toepassing: afhankelijk van de concrete omstandigheden worden deze inkomsten gekwalificeerd als roerend inkomen, divers inkomen of beroepsinkomen.
VII. Conclusie
De wet bevestigt dat de bestaande 33%-heffing op speculatieve of abnormale verrichtingen onverkort behouden blijft. Het onderscheid tussen normaal beheer van het privévermogen en speculatief of beroepsmatig handelen blijft cruciaal en bepalend voor het toepasselijke belastingregime.
De wetgever kiest uitdrukkelijk voor de FIFO-methode, voorziet slechts in beperkte verliesverrekening en handhaaft strikte bewijsverplichtingen. De invoering van de meerwaardebelasting zal ertoe leiden dat belastingplichtigen bij de aangifte onvermijdelijk een bredere inkijk geven in hun cryptotransacties en portefeuille. In combinatie met internationale gegevensuitwisseling (DAC8) en datamining vergroot dit de kans op fiscale controles.
Een zorgvuldige voorbereiding, een correcte administratie en een voorafgaande analyse van de fiscale kwalificatie zijn essentieel in aanloop naar en na de inwerkingtreding van deze regelgeving.
In het kort
|
FAQ – Meerwaardebelasting op crypto in België
Wat houdt de nieuwe meerwaardebelasting op crypto precies in?
De federale wetgever voorziet in de invoering van een algemene meerwaardebelasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa, waaronder cryptoactiva. De belasting is enkel van toepassing op meerwaarden die worden gerealiseerd vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe regime en die voortkomen uit verrichtingen binnen het normale beheer van het privévermogen. Historische meerwaarden blijven uitdrukkelijk vrijgesteld via het zogenaamde fotomoment van 31 december 2025.
Vanaf wanneer is de meerwaardebelasting op crypto van toepassing?
De meerwaardebelasting treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2026.
Worden meerwaarden op crypto die vóór 2026 zijn opgebouwd belast?
Nee. Meerwaarden die vóór 1 januari 2026 zijn opgebouwd, blijven volledig vrijgesteld. Voor cryptoactiva die reeds vóór die datum werden verworven, geldt de waarde op 31 december 2025 als fiscale aanschaffingswaarde. Enkel de meerwaarde die na dat fotomoment wordt gerealiseerd, kan in aanmerking worden genomen voor de meerwaardebelasting.
Wat wordt beschouwd als een belastbare realisatie van crypto?
Er is sprake van een belastbare realisatie telkens wanneer een cryptoactivum wordt overgedragen onder bezwarende titel. Dit omvat niet alleen de verkoop van crypto tegen euro’s of andere fiduciaire valuta, maar ook de ruil of swap van cryptoactiva onderling. Ook het omzetten van crypto naar stablecoins of het gebruik van crypto als betaalmiddel voor goederen of diensten wordt fiscaal beschouwd als een realisatie.
Is het swappen van crypto onderling belastbaar?
Ja. Het wetsontwerp bevestigt uitdrukkelijk dat ook de ruil van het ene cryptoactivum naar het andere een overdracht onder bezwarende titel vormt. Dit betekent dat elke swap, ongeacht of er fiatgeld aan te pas komt, fiscaal een realisatie inhoudt waarop de meerwaardebelasting in principe van toepassing kan zijn.
Is het gebruik van een crypto-betaalkaart belastbaar?
Ja. Wanneer cryptoactiva worden gebruikt om betalingen te verrichten via een crypto-betaalkaart, wordt fiscaal aangenomen dat de onderliggende crypto wordt vervreemd. Elke betaling met een dergelijke kaart leidt dus tot een realisatie van cryptoactiva en kan aanleiding geven tot een belastbare meerwaarde.
Zijn transfers tussen eigen wallets belastbaar?
Nee. Een overdracht van cryptoactiva tussen wallets van dezelfde belastingplichtige wordt niet beschouwd als een overdracht onder bezwarende titel. Dergelijke interne transfers leiden dus niet tot een fiscale realisatie. De belastbare gebeurtenis vindt pas plaats wanneer de crypto effectief wordt verkocht of omgewisseld.
Geldt de meerwaardebelasting ook voor NFT’s?
NFT’s vallen op zich buiten het toepassingsgebied van de MiCA-verordening, maar kunnen toch onder de meerwaardebelasting vallen indien zij in de praktijk worden gebruikt voor investerings- of betalingsdoeleinden. NFT’s die louter digitale kunst of verzamelobjecten vertegenwoordigen zonder economische investeringsfunctie, blijven in beginsel buiten het toepassingsgebied. De feitelijke functie primeert hierbij steeds op de benaming of marketing.
Wat is de verhouding met de bestaande 33%-belasting op speculatieve crypto-inkomsten?
De meerwaardebelasting van 10% geldt als een lex specialis voor meerwaarden op financiële activa die worden gerealiseerd binnen het normale beheer van het privévermogen. De bestaande belasting van 33% op speculatieve of abnormale verrichtingen blijft onverkort van toepassing. Meerwaarden die als speculatief of beroepsmatig worden gekwalificeerd, vallen dus buiten het nieuwe regime en blijven belastbaar aan 33%.
Kan dezelfde meerwaarde tegelijk onder beide regimes worden belast?
Nee. Het wetsontwerp sluit dubbele belasting uit. Een meerwaarde kan niet gelijktijdig worden belast als meerwaarde op een financieel actief én als divers of beroepsmatig inkomen. Afhankelijk van de kwalificatie van de verrichting is slechts één regime van toepassing.
Bestaat er een vrijstelling voor kleinere meerwaarden?
Ja. Het nieuwe regime voorziet in een jaarlijkse vrijstelling van de belastbare basis van 10.000 euro, geïndexeerd voor aanslagjaar 2027. Onder bepaalde voorwaarden kan deze vrijstelling worden verhoogd door overdracht van ongebruikte vrijstellingen uit vorige jaren, met een absoluut plafond van 15.000 euro. Deze vrijstelling is enkel van toepassing op meerwaarden die onder het nieuwe regime vallen.
Hoe wordt de aanschaffingswaarde van crypto bepaald?
Voor cryptoactiva die vóór 1 januari 2026 werden verworven, geldt de waarde op 31 december 2025 als fiscale aanschaffingswaarde. Voor crypto die nadien wordt aangekocht, geldt de werkelijke aankoopprijs. De wetgever kiest uitdrukkelijk voor de FIFO-methode bij de toerekening van de aanschaffingswaarde wanneer meerdere identieke cryptoactiva werden verworven op verschillende tijdstippen.
Kunnen verliezen op crypto fiscaal worden verrekend?
Gerealiseerde minderwaarden kunnen enkel worden verrekend met gerealiseerde meerwaarden binnen hetzelfde belastbare tijdperk en binnen dezelfde categorie van financiële activa. Verliezen op crypto kunnen dus uitsluitend worden verrekend met winsten op andere cryptoactiva in datzelfde jaar. Overdracht van verliezen naar latere jaren is niet mogelijk.
Verandert er iets aan de fiscale behandeling van mining, staking of DeFi-inkomsten?
De wet spreekt enkel over de meerwaarden op crypto. Dit betekent dat de bestaande fiscale kwalificatieregels onverkort van toepassing blijven. Afhankelijk van de concrete omstandigheden kunnen deze inkomsten worden belast als roerend inkomen, divers inkomen of beroepsinkomen.
Zal de invoering van de meerwaardebelasting leiden tot meer fiscale controles?
In de praktijk mag worden verwacht dat de aangifteplicht toeneemt en dat de fiscale administratie meer inzicht krijgt in cryptotransacties. In combinatie met internationale gegevensuitwisseling en datamining zal dit waarschijnlijk leiden tot een toename van fiscale controles en vragen om inlichtingen. Een correcte administratie en onderbouwde aangifte zijn daarom essentieel.
Auteur: Senne Verholle (Senne.Verholle@aeacus.tax)
Senne Verholle is advocaat aan de Nederlandstalige balie te Brussel en binnen Aeacus Lawyers gespecialiseerd in crypto, cryptofiscaliteit en financieel recht. Hij adviseert investeerders, traders, ondernemers en vermogende particulieren over de fiscale behandeling van cryptoactiva in België. Zijn expertise omvat onder meer de nieuwe Belgische meerwaardebelasting op crypto, het onderscheid tussen normaal beheer van privévermogen, speculatieve verrichtingen en beroepsmatige cryptoactiviteiten, evenals de fiscale kwalificatie van transacties en portefeuillestructuren. Daarnaast beschikt hij over uitgebreide ervaring in het reconciliëren en analyseren van complexe cryptotransacties over verschillende wallets, exchanges en DeFi-protocollen, met bijzondere aandacht voor fiscale compliance, reconstructie van historische transactiedata en voorbereiding van fiscale regularisaties en controles.
Heeft u bijkomende vragen over de fiscaliteit van cryptoactiva of uw persoonlijke situatie? Klik hieronder voor een vrijblijvende en kosteloze eerste afspraak.
Over Aeacus Lawyers
Aeacus Lawyers is een Belgisch advocatenkantoor gespecialiseerd in crypto-fiscaal recht en financieel recht. Wij begeleiden investeerders, traders, founders en ondernemingen bij de fiscale en regulatoire aspecten van digitale activa en financiële structuren.
Dit artikel is louter informatief. Heeft u bijkomende vragen over de fiscaliteit van cryptoactiva of uw persoonlijke situatie?
Indien u nog andere vragen hebt over crypto bekijk dan zeker onze Frequently Asked Questions (FAQ)


