top of page

Wanneer is crypto belastbaar in België? Vrijgesteld, divers, roerend of beroepsinkomen

Bijgewerkt op: 1 dag geleden

In de praktijk merken wij dat er bij heel wat cryptobeleggers nog steeds aanzienlijke onduidelijkheid bestaat over de fiscale behandeling van crypto in België en over de verschillende mogelijke kwalificaties van crypto-inkomsten en -winsten. Om die reden zetten wij in dit artikel de belangrijkste fiscale aandachtspunten en uitgangspunten nog eens overzichtelijk op een rij.

Bitcoin in België

Eerste scenario: crypto als normaal beheer van privévermogen (10%)

Wanneer investeringen in cryptomunten kaderen binnen het normale beheer van een privévermogen, waren de gerealiseerde meerwaarden tot en met inkomstenjaar 2025 in beginsel niet belastbaar. Ook louter “papieren” meerwaarden die tot en met 31 december 2025 werden opgebouwd, bleven buiten het toepassingsgebied van de belastingheffing. Vanaf inkomstenjaar 2026 wijzigt dit: meerwaarden die worden gerealiseerd in het kader van een normaal beheer van het privévermogen worden in principe belast aan een tarief van 10%.

Of een crypto-investering als normaal beheer van privévermogen kan worden aangemerkt, blijft evenwel een zuivere feitenkwestie. Die beoordeling gebeurt aan de hand van een geheel van concrete omstandigheden, waarbij de fiscale administratie onder meer rekening houdt met de volgende elementen:

  •  De wijze van verkrijging van de cryptomunten (eigen middelen, leningen, erfenis, …);

  •  De duur van het bezit van de cryptomunten voorafgaand aan verkoop;

  • De frequentie van aan- en verkooptransacties in cryptomunten;

  • De beleggingsstrategie met betrekking tot cryptomunten, zoals:  buy & hold, trending, daytrading, scalping en arbitrage;

  • De betrokkenheid bij mining-activiteiten;

  •  Het gebruik van gespecialiseerde software en andere gespecialiseerde apparatuur;

  • Het percentage van het totale vermogen dat is belegd in cryptomunten (bij voorkeur minder dan 25%);

  • Welke cryptomunt heb je gekocht? Bitcoin en Ethereum worden daarbij als minder speculatief beschouwd dan bijvoorbeeld Dogecoin, Shiba Inu of een munt met een kleine market cap.

Geen enkel van deze elementen is op zichzelf doorslaggevend. De kwalificatie gebeurt steeds op basis van een globale beoordeling van het dossier. Wanneer uit die beoordeling blijkt dat de belastingplichtige zijn cryptoactiva op een voorzichtige en passieve wijze beheert, zal in de regel sprake zijn van normaal beheer van privévermogen. Tot en met inkomstenjaar 2025 leidde dit tot een vrijstelling van belasting. Vanaf inkomstenjaar 2026 blijven deze verrichtingen onder het regime van normaal beheer vallen, maar worden de gerealiseerde meerwaarden wel belast aan het tarief van 10% en moeten zij worden aangegeven.

Tweede scenario: speculatief of abnormaal beheer (belasting als divers inkomen aan 33%)

Wanneer de fiscale administratie van oordeel is dat de handel in cryptomunten een speculatief of abnormaal karakter vertoont, worden de gerealiseerde winsten belast als diverse inkomsten tegen een afzonderlijk belastingtarief van 33%, te vermeerderen met de gemeentelijke opcentiemen.

Dit scenario doet zich voor wanneer de verrichtingen hoofdzakelijk gericht zijn op het realiseren van snelle winsten door in te spelen op prijsschommelingen, en wanneer het risico-element duidelijk primeert. Typische voorbeelden zijn intensief daytraden, het systematisch inspelen op korte termijnbewegingen of het gebruik van schuldfinanciering of leningen om cryptoactiva aan te kopen.

De fiscale administratie baseert zich hierbij op het klassieke begrip van speculatie zoals dat in de fiscale rechtspraak en parlementaire voorbereiding werd ontwikkeld. In dat verband is een parlementaire vraag van 9 mei 2000, gesteld door Vincent Van Quickenborne, nog steeds richtinggevend. Volgens de toenmalige minister van Financiën worden speculatieve verrichtingen gekenmerkt door risicovolle transacties die gericht zijn op het benutten van prijsschommelingen, met een reële kans op zowel aanzienlijke winsten als zware verliezen.

Bij de beoordeling of sprake is van speculatie, houdt de fiscus in de praktijk onder meer rekening met de volgende elementen:

  • een korte aanhoudingsperiode van de cryptomunten;

  • een opvallend verschil tussen aankoop- en verkoopprijs;

  • het gebruik van geleend geld of andere vormen van externe financiering;

  • de omvang van de investering in verhouding tot het totale privévermogen;

  • een hoge frequentie van transacties of een duidelijk actieve handelsstrategie.

Net zoals bij normaal beheer is geen enkel criterium op zichzelf doorslaggevend. De kwalificatie als speculatief gebeurt steeds op basis van een globale beoordeling van alle relevante feiten en omstandigheden. Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat bij herhaaldelijke of structurele speculatieve verrichtingen de fiscale administratie kan besluiten dat de activiteit een beroepsmatig karakter aanneemt, met als gevolg dat de inkomsten niet langer als divers inkomen, maar als beroepsinkomsten worden belast. Dit scenario wordt hierna afzonderlijk besproken.

Derde Scenario: Beroepsinkomen (Progressief Tarief)

In een derde scenario kan de fiscale administratie oordelen dat de cryptoactiviteiten een beroepsmatig karakter aannemen. Dit is met name het geval wanneer het cryptobeleggen niet langer kan worden beschouwd als een vorm van vermogensbeheer, maar als een gestructureerde en duurzame economische activiteit, vergelijkbaar met een beroeps- of ondernemingsactiviteit.

Indien de winsten als beroepsinkomsten worden gekwalificeerd, worden zij belast aan de progressieve tarieven van de personenbelasting, die kunnen oplopen tot 50%, vermeerderd met de gemeentelijke opcentiemen. Daarnaast zijn ook sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd, wat de totale fiscale en parafiscale druk aanzienlijk verhoogt.

Bij de beoordeling van het beroepsmatig karakter hanteert een globale feitenanalyse. In de praktijk worden onder meer de volgende elementen in aanmerking genomen:

  • Frequentie en herhaling: regelmatige en intensieve crypto-transacties, vaak op dagelijkse basis;

  • Onderlinge samenhang: transacties die duidelijk deel uitmaken van één samenhangende strategie of activiteit;

  • Continuïteit: een duurzame en structurele activiteit, eerder dan occasionele verrichtingen;

  • Organisatiegraad: gebruik van professionele middelen zoals gespecialiseerde software, meerdere handelsplatformen, infrastructuur, of in uitzonderlijke gevallen personeel;

  • Link met andere beroepsactiviteiten: aansluiting bij andere professionele activiteiten in de cryptosector (bv. consultancy, development, trading voor derden);

  • Afwezigheid van een andere beroepsactiviteit: het ontbreken van een andere (fulltime) beroepswerkzaamheid kan, in combinatie met andere elementen, het beroepsmatig karakter versterken;

  • Winstoogmerk: de activiteit moet objectief vatbaar zijn voor winst, ook al is effectieve winst geen vereiste.

Uit de bestaande rechtspraak en rulingpraktijk blijkt dat de fiscus niet snel besluit tot een beroepsmatige kwalificatie van crypto-activiteiten bij particuliere beleggers. Dit scenario blijft in de praktijk uitzonderlijk en wordt doorgaans enkel weerhouden wanneer meerdere van bovenstaande elementen samenkomen en wijzen op een duidelijke professionalisering.

Niettemin is waakzaamheid geboden. De gevolgen van een beroepsmatige kwalificatie zijn immers bijzonder verregaand, zowel fiscaal als sociaal. Een correcte voorafgaande analyse van het handelsgedrag en de concrete omstandigheden blijft dan ook essentieel om onaangename verrassingen te vermijden.

Vierde scenario: roerende inkomsten uit crypto (30%)

Naast de realisatie van meerwaarden op cryptoactiva kan een belastingplichtige ook periodieke of passieve inkomsten genereren met crypto. In de praktijk gaat het daarbij onder meer om inkomsten uit staking, lending, liquidity rewards, interestmechanismen en airdrops.

Dergelijke inkomsten worden fiscaal niet als meerwaarden behandeld. De fiscale administratie is in de praktijk vaak van oordeel dat deze inkomsten moeten worden gelijkgesteld met interesten, en dus kwalificeren als roerende inkomsten, belastbaar aan een tarief van 30%, te vermeerderen met de gemeentelijke opcentiemen. Deze benadering wordt met name gehanteerd wanneer de belastingplichtige cryptoactiva ter beschikking stelt en daarvoor een periodieke of bepaalbare vergoeding ontvangt.

Die kwalificatie is evenwel niet onomstreden. Met name bij on-chain staking en liquidity pools sluit een loutere gelijkstelling met interesten juridisch niet altijd aan bij de economische realiteit. In dat geval kan een kwalificatie als inkomsten uit roerende verhuur beter aansluiten bij de aard van de verrichting, waarbij cryptoactiva tijdelijk ter beschikking worden gesteld tegen een vergoeding.

Ook in dat scenario blijft het basistarief van 30% van toepassing, maar kan eerst een forfaitaire kostenaftrek worden toegepast, wat de effectieve belastingdruk verlaagt. In zeer specifieke omstandigheden kan zelfs worden geargumenteerd dat bepaalde opbrengsten geen belastbaar inkomen vormen.

De fiscale kwalificatie van passieve crypto-inkomsten blijft dus in belangrijke mate feiten- en contextafhankelijk. Een algemene regel bestaat niet, en een concrete analyse van het gebruikte protocol, de juridische structuur en de wijze waarop de opbrengst tot stand komt, blijft noodzakelijk.

Hoe zit het met passieve inkomsten die je geniet op een buitenlands platform zoals Coinbase, Binance, Kraken, BLOX, etc.? Dan loop je immers het risico dat je tweemaal belasting betaalt op dezelfde roerende inkomsten (bronheffing van doorgaans 15% in het land waar het platform gevestigd is en vervolgens nog eens 30% in België op het saldo waar je belast wordt op je wereldwijde inkomsten).

Fiscale Ruling

Om rechtszekerheid te verkrijgen over de fiscale kwalificatie van uw cryptoactiviteiten, kan het in bepaalde gevallen aangewezen zijn een fiscale ruling (voorafgaande beslissing) aan te vragen bij de FOD Financiën. Via een ruling kan een belastingplichtige voorafgaand aan een concrete verrichting duidelijkheid bekomen over de fiscale behandeling die de administratie op die specifieke feiten zal toepassen.

Een ruling kan met name relevant zijn wanneer er onzekerheid bestaat over de kwalificatie van cryptowinsten als normaal beheer van privévermogen, speculatieve verrichting of beroepsinkomen, of over de aard van bepaalde crypto-inkomsten (zoals staking, lending of DeFi-constructies).

Cruciaal is dat een ruling steeds voorafgaand aan de betrokken verrichtingen moet worden aangevraagd. Zodra cryptomunten reeds werden verkocht of inkomsten reeds zijn gerealiseerd, kan geen geldige ruling meer worden bekomen. Tijdige voorbereiding is dus essentieel.

Conclusie

De fiscale behandeling van cryptoactiva in België blijft gekenmerkt door nuance, feitenanalyse en kwalificatie per geval. Afhankelijk van de aard van de verrichtingen kunnen crypto-inkomsten en -winsten worden gekwalificeerd als meerwaarden binnen het normaal beheer van het privévermogen, als speculatieve winsten, als beroepsinkomsten of als roerende inkomsten. Elk van deze kwalificaties gaat gepaard met een eigen belastingregime en aangifteverplichtingen.

De aangekondigde invoering van een algemene meerwaardebelasting vanaf 2026 verandert dit landschap ingrijpend, maar neemt de bestaande discussies niet weg. Integendeel: de kwalificatie van cryptoactiviteiten blijft cruciaal, aangezien zij bepaalt of een meerwaarde onder het nieuwe tarief van 10% valt, dan wel onder het bestaande tarief van 33% of zelfs onder de progressieve tarieven als beroepsinkomen. Ook voor passieve crypto-inkomsten, zoals staking en liquidity rewards, blijft de fiscale behandeling sterk afhankelijk van de concrete modaliteiten, waarbij de visie van de fiscus niet in alle gevallen onbetwist is.

Tegen deze achtergrond is een correcte aangifte van crypto-inkomsten en cryptorekeningen essentieel. De verantwoordelijkheid daarvoor rust volledig bij de belastingplichtige. Met de toenemende internationale gegevensuitwisseling en de groeiende aandacht van de fiscale administratie voor cryptoactiva wordt de kans op controles reëel. Een zorgvuldige documentatie, een doordachte kwalificatie en, waar nodig, voorafgaand overleg of ruling kunnen onaangename verrassingen vermijden.

Wie actief is in crypto doet er dan ook goed aan zijn fiscale positie tijdig te analyseren en, indien nodig, professioneel advies in te winnen. Dit geldt des te meer in het licht van de aankomende hervormingen en de verhoogde focus van de fiscus op digitale activa.

Indien u nog andere vragen hebt over crypto bekijk dan zeker onze Frequently Asked Questions (FAQ)





Christophe Romero Senne Verholle


 
 

Contact

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page