Nieuwsflash: Vlaanderen implementeert DAC8
- Aeacus Lawyers

- 26 jun
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 dag geleden
In het kort Vlaanderen zet de Europese DAC8-richtlijn om in zijn decreet administratieve samenwerking belastingen. De concrete rapportageverplichting voor cryptodienstverleners blijft federale materie, maar het decreet breidt de automatische gegevensuitwisseling tussen lidstaten wel uit naar dividenden zonder bewaarneming, bepaalde levensverzekeringen en rulings van natuurlijke personen boven 1,5 miljoen euro of over de fiscale woonplaats, en verfijnt daarnaast de meldingsplicht van advocaten. Van kracht sinds 25 juni 2026, met terugwerkende toepassing vanaf 1 januari 2026. |
Waarover gaat het
Vlaanderen zet de Europese DAC8-richtlijn (2023/2226) om in zijn decreet administratieve samenwerking belastingen, zonder daarbij verder te gaan dan wat Europa oplegt. Die richtlijn kennen we intussen goed: in ons eerdere artikel over DAC8 bespraken we al uitgebreider wat de richtlijn inhoudt en wat het voor cryptobeleggers betekent zodra hun platform gegevens begint door te sturen naar de fiscus. Dit decreet regelt de Vlaamse vertaalslag van diezelfde verplichtingen, aanvullend op de bestaande Europese samenwerking rond fiscale gegevensuitwisseling die al langer loopt via de Bijstandsrichtlijn 2011/16.

Nieuwe categorieën in de automatische uitwisseling
Twee nieuwe inkomstencategorieën worden toegevoegd aan de lijst van gegevens die automatisch tussen lidstaten worden uitgewisseld. Enerzijds gaat het om dividenden zonder bewaarneming, met name uitkeringen die rechtstreeks naar de aandeelhouder gaan buiten een bewaarrekening om. Anderzijds worden ook bepaalde levensverzekeringsproducten opgenomen, voor zover ze niet al onder andere Europese uitwisselingsinstrumenten vallen en de uitkering verschuldigd is bij het overlijden van de polishouder.
Rulings van natuurlijke personen
Grensoverschrijdende rulings over natuurlijke personen vielen tot dusver buiten de automatische uitwisseling. Die uitzondering verdwijnt wanneer de ruling, afgegeven, gewijzigd of hernieuwd na 1 januari 2026, betrekking heeft op meer dan 1,5 miljoen euro, of wanneer ze de fiscale woonplaats van de betrokkene vaststelt. Op die laatste grond geldt evenwel een tegenuitzondering: rulings over de bronbelasting op arbeidsinkomsten, tantièmes, presentiegelden of pensioenen van niet-inwoners blijven buiten de uitwisseling, ook als ze over de fiscale woonplaats gaan.
Beroepsgeheim van advocaten
De regeling rond het beroepsgeheim wordt niet zomaar geschrapt, maar herschreven na de vernietiging van de vorige bepaling door het Grondwettelijk Hof. Een advocaat die zich op het beroepsgeheim beroept, moet zijn cliënt voortaan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte brengen dat hij zelf niet aan de meldingsplicht kan voldoen. Is die cliënt zelf een intermediair, dan gaat de meldingsplicht daardoor automatisch op hem over; is er geen andere intermediair, dan moet de advocaat de betrokken belastingplichtige(n) rechtstreeks informeren. Voor de eerste melding van een marktklare, kant-en-klare constructie kan geen beroepsgeheim worden ingeroepen.
Bredere inzet van de gegevens en langere bewaring
De inlichtingen die via deze uitwisseling worden verkregen, mogen voortaan ook worden gebruikt voor de inning van douanerechten, de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, en de handhaving van Europese beperkende maatregelen (sancties). Daar staat een bewaarplicht tegenover: de bevoegde autoriteit moet de ontvangen gegevens minstens vijf jaar bewaren, en mag ze niet langer bijhouden dan nodig voor de doelstellingen van het decreet. Ook moeten rapporterende entiteiten voortaan elektronisch kunnen nagaan of het fiscaal identificatienummer van een belastingplichtige correct is.
Fiscaal identificatienummer
Het gebruik van het fiscaal identificatienummer (het Rijksregisternummer voor natuurlijke personen, het ondernemingsnummer voor entiteiten) wordt gefaseerd verruimd. Vanaf 2026 geldt de verplichting voor de gevallen die de richtlijn uitdrukkelijk oplegt. Vanaf 2028 komen daar rulings en meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies bij. Vanaf 2030 wordt de verplichting, waar mogelijk, ook uitgebreid naar arbeidsinkomsten, presentiegelden en pensioenen.
Crypto blijft federale materie
De eigenlijke rapportageverplichting voor cryptodienstverleners regelt Vlaanderen niet zelf. Wie wat aan wie moet doorgeven, is federale bevoegdheid, en de FOD Financiën blijft de instantie die deze gegevens zal ontvangen en met andere lidstaten delen.
Timing
Het decreet is in werking getreden op de dag van bekendmaking, 25 juni 2026, en geldt in principe voor periodes en belastingtijdvakken vanaf 1 januari 2026. Voor de bepalingen over rulings en een deel van de regels rond het fiscaal identificatienummer geldt echter een latere inwerkingtreding: 1 januari 2028, en voor één specifieke TIN-bepaling zelfs pas 1 januari 2030.


