top of page

FIFO of LIFO voor crypto in een vennootschap: welke waarderingsmethode kiezen? (2026)

Bijgewerkt op: 5 dagen geleden

Auteurs: Christophe Romero & Senne Verholle — Aeacus Lawyers (Brussel, gespecialiseerd in cryptofiscaliteit en blockchain law)

De waarderingsmethode die je vennootschap kiest voor cryptomunten kan tienduizenden euro’s belastingverschil veroorzaken op exact dezelfde verkoop. Artikel 3:21 KB/WVV laat vier methodes toe: individualisering, gewogen gemiddelde prijzen, FIFO en LIFO. De keuze is vrij, maar moet consistent worden toegepast. Sinds de wet van 6 april 2026 geldt voor cryptowinsten in de personenbelasting verplicht FIFO. In de vennootschapsbelasting blijft de keuze open.


Cryptomunten die worden gerealiseerd in de vennootschapsbelasting

FIFO, LIFO of gewogen gemiddelde: snel overzicht

Methode

Effect in stijgende markt

Vaak geschikt voor

FIFO

Hogere belasting

Buy-and-hold vennootschappen

LIFO

Lagere belasting (latent verschoven)

Korte termijn belasting uitstellen

Gewogen gemiddelde

Uitgevlakt resultaat

Veel transacties

Individualisering

Maximaal stuurbaar

Specifieke portefeuilles

Het verschil tussen FIFO en LIFO kan €15.000 belasting kosten

Een concreet voorbeeld toont waarom dit ertoe doet. Stel: je vennootschap kocht 1 BTC aan €30.000 in 2023, en een tweede BTC aan €90.000 begin 2026. In mei 2026 verkoop je één BTC voor €100.000.

Methode

Boekwaarde

Belastbare meerwaarde

Vennootschapsbelasting (25%)

FIFO

€30.000

€70.000

€17.500

Gewogen gemiddelde

€60.000

€40.000

€10.000

LIFO

€90.000

€10.000

€2.500


Op exact dezelfde transactie loopt het verschil op tot €15.000 effectieve belasting. De keuze van waarderingsmethode is dus een fiscale beslissing met directe cashflow-impact, en zeker geen administratief detail.

Hoe bereken je de belastbare meerwaarde op crypto in een vennootschap?

Wanneer een vennootschap cryptomunten realiseert met winst, ontstaat er een belastbare meerwaarde. Deze wordt boekhoudkundig verwerkt als opbrengst in de resultatenrekening en valt onder de vennootschapsbelasting.


De berekening is een eenvoudig verschil:

  • Marktwaarde: de waarde van de cryptomunten in euro’s op de dag van realisatie.

  • Boekwaarde: de waarde van de cryptomunten op het moment dat ze door de vennootschap werden verworven.


Bij aankoop of ontginning van cryptomunten is de boekwaarde de historische kostprijs. Bij ontvangst als betaalmiddel is de boekwaarde de marktwaarde op de dag van ontvangst. We werkten dit verder uit in onze analyse over de boekhoudkundige verwerking van cryptomunten als betaalmiddel.


Het verschil tussen marktwaarde en boekwaarde vormt de belastbare meerwaarde, of een aftrekbare minderwaarde wanneer de marktwaarde lager ligt dan de boekwaarde.

De vier waarderingsmethodes onder artikel 3:21 KB/WVV

Bij realisatie van cryptomunten rijst de vraag welke coins uit de portefeuille geacht worden te zijn verkocht. Omdat cryptomunten zoals Bitcoin of Ether activa zijn met identieke technische en juridische kenmerken, laat de wet vier methodes toe.


Wat is FIFO bij crypto?

FIFO (first-in-first-out) gaat ervan uit dat de eerst verworven cryptomunten ook als eerste worden verkocht. De munten die in voorraad blijven, zijn de meest recent verworven.

In een stijgende markt leidt FIFO doorgaans tot hogere belastbare meerwaarden, omdat de oudste en doorgaans goedkoopste coins als eerste worden afgeboekt. Dit is de methode die de wet van 6 april 2026 oplegt voor cryptowinsten in de personenbelasting.


Wat is LIFO bij crypto?

LIFO (last-in-first-out) gaat ervan uit dat de laatst verworven cryptomunten als eerste worden verkocht. De oudste voorraden blijven het langst in de portefeuille.

In een stijgende markt leidt LIFO doorgaans tot lagere belastbare meerwaarden in het lopende boekjaar, omdat de duurste en recent gekochte coins als eerste worden afgeboekt. Op korte termijn fiscaal aantrekkelijk, maar de latente belastingdruk wordt naar de toekomst verschoven.


Wat is de gewogen gemiddelde methode bij crypto?

Bij de gewogen gemiddelde methode worden uitgaande cryptomunten gewaardeerd tegen hun gemiddelde aanschaffingsprijs. Deze prijs wordt berekend door de totale aanschaffingsprijs te delen door het totale aantal cryptomunten in de portefeuille, na elke aankoop of periodiek.

In de praktijk is dit de methode die schommelingen tussen aankoopmomenten uitvlakt en administratief het eenvoudigst houdbaar is bij regelmatige aan- en verkoopactiviteit.


Wat is individualisering bij crypto?

Bij individualisering wordt elke cryptomunt individueel geïdentificeerd en gewaardeerd. Dit is technisch mogelijk dankzij de unieke identificatie van transacties op de blockchain (transaction hashes, wallet addresses).

Het nadeel: de resultaten kunnen gemanipuleerd worden door selectief bepaalde munten te realiseren. Dit maakt de methode kwetsbaar voor herkwalificatie door de fiscus en zelden aangewezen voor vennootschappen met substantiële cryptoportefeuilles.

FIFO of LIFO crypto vennootschap: een vergelijking

Methode

Stijgende markt

Dalende markt

Administratie

Herkwalificatie-risico

FIFO

Hogere belasting

Lagere belasting

Laag

Laag

LIFO

Lagere belasting

Hogere belasting

Laag

Laag

Gewogen gemiddelde

Uitgevlakt

Uitgevlakt

Gemiddeld

Laag

Individualisering

Stuurbaar

Stuurbaar

Hoog

Verhoogd


⚠ Let op: Een inconsistente methodekeuze of gebrekkige documentatie kan aanleiding geven tot fiscale discussies bij controle. De gekozen waarderingsmethode moet stelselmatig toegepast worden en onderbouwd zijn vanuit de aard van de cryptoactiviteit van de vennootschap.

Welke waarderingsmethode past bij jouw vennootschap?

De wet legt geen verplichte methode op in de vennootschapsbelasting, maar wel twee fundamentele eisen:

  • Consistentie: de gekozen methode moet stelselmatig worden toegepast doorheen de boekhouding. Wisselen kan enkel mits gemotiveerde rechtvaardiging en wordt door de fiscus kritisch bekeken.

  • Onderbouwing: de keuze moet logisch verband houden met de aard van de cryptoactiviteit van de vennootschap.


In de praktijk zien we drie hoofdpatronen bij onze cliënten:

Profiel vennootschap

Vaak gekozen methode

Rationale

Buy-and-hold met beperkte transacties

FIFO

Coherentie met personenbelasting-regime, eenvoudige administratie

Actieve trading met hoge transactievolumes

Gewogen gemiddelde

Uitvlakking van schommelingen, administratieve eenvoud

Mining-vennootschappen met regelmatige ontvangst van nieuwe coins

Individualisering of FIFO

Afhankelijk van de boekhoudkundige opzet


De afweging tussen privé en vennootschap voor cryptoactiviteit komt aan bod in onze analyse over investeren in crypto privé of via een vennootschap.

Zijn minderwaarden op crypto aftrekbaar in een vennootschap?

Wanneer cryptomunten worden verkocht tegen een lagere prijs dan hun boekwaarde, ontstaat een minderwaarde. Deze wordt boekhoudkundig uitgedrukt in de resultatenrekening. De fiscale aftrekbaarheid hangt af van artikel 49 WIB92.


Artikel 49 WIB92 stelt dat kosten aftrekbaar zijn wanneer ze gemaakt zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Zolang er geen specifieke fiscale bepaling is die stelt dat minderwaarden op cryptomunten niet aftrekbaar zijn, kunnen dergelijke minderwaarden fiscaal worden afgetrokken. Dit principe werd bevestigd door de Dienst Voorafgaande Beslissingen.


Praktisch betekent dit dat verliezen op cryptomunten in een vennootschap een fiscale hefboom kunnen bieden in een volatiele markt. Dat is een belangrijk voordeel ten opzichte van het regime in de personenbelasting, waar verliezen alleen binnen hetzelfde jaar en binnen dezelfde activaklasse kunnen worden gecompenseerd.

Welke methode geldt in de personenbelasting? FIFO sinds 6 april 2026

Vóór 2026 bestond er in de personenbelasting geen wettelijk vastgelegde methode om de aanschaffingswaarde van crypto-activa te bepalen. Belastingplichtigen konden in principe een redelijke en consistent toegepaste methode hanteren.


Sinds de wet van 6 april 2026 is dit veranderd: voor meerwaarden gerealiseerd in het kader van het beheer van het privévermogen als goede huisvader, schrijft de wetgever uitdrukkelijk de FIFO-methode voor. Ook wanneer crypto-inkomsten als speculatief inkomen worden belast, raden wij aan om dezelfde FIFO-methode toe te passen, omwille van de coherentie en de verdedigbaarheid van de berekeningen.

Voor cryptowinsten die als beroepsinkomen kwalificeren, geldt de boekhoudkundige logica van artikel 3:21 KB/WVV onverkort. Dezelfde vier methodes als voor de vennootschapsbelasting zijn dus van toepassing.

Conclusie

De keuze van waarderingsmethode voor crypto in je vennootschap is een fiscaal strategische beslissing, en geen administratieve formaliteit. Het verschil in vennootschapsbelasting op exact dezelfde verkoop kan oplopen tot €15.000 of meer, afhankelijk van de aanschaffingsmomenten en de marktbeweging.

In de praktijk komt het erop neer dat je je transactieprofiel goed in kaart brengt voordat je een methode vastlegt. Buy-and-hold, actieve trading en mining vragen elk een andere afweging, en wat fiscaal voordelig lijkt op korte termijn kan op langere termijn anders uitpakken.


Eens de keuze gemaakt, ligt ze in de praktijk vast. Wisselen tussen methodes vraagt een gegronde motivering en wordt door de fiscus kritisch bekeken, zeker wanneer de wijziging samenvalt met een gunstig fiscaal moment. Documenteer ook minderwaarden zorgvuldig, want de aftrekruimte van artikel 49 WIB92 staat of valt met bewijsbare cijfers.


Sinds de wet van 6 april 2026 is FIFO verplicht in de personenbelasting. In de vennootschapsbelasting blijft de strategische keuze tussen vier methodes intact, en dat is een fiscale ruimte die volatiele crypto-portefeuilles waardevol benutten.


Bij Aeacus Crypto Lawyers begeleiden we vennootschappen bij de fiscale structurering van hun cryptoportefeuille, inclusief de methodekeuze en de boekhoudkundige onderbouwing ervan.

Veelgestelde vragen

Welke waarderingsmethodes mag een vennootschap toepassen op cryptomunten?

Artikel 3:21 KB/WVV laat vier methodes toe: individualisering van elke coin, methode van gewogen gemiddelde prijzen, FIFO (first-in-first-out) en LIFO (last-in-first-out). De vennootschap kiest vrij, maar moet de gekozen methode consistent toepassen in haar boekhouding.


Is FIFO verplicht in de vennootschapsbelasting?

Nee. FIFO is alleen verplicht in de personenbelasting sinds de wet van 6 april 2026, voor meerwaarden gerealiseerd onder normaal beheer van privévermogen. In de vennootschapsbelasting blijft de keuze tussen individualisering, gewogen gemiddelde, FIFO en LIFO open onder artikel 3:21 KB/WVV.


Is LIFO toegestaan voor crypto in een vennootschap?

Ja. LIFO is een van de vier methodes die artikel 3:21 KB/WVV uitdrukkelijk toelaat voor activa met identieke technische of juridische kenmerken, waartoe cryptomunten gerekend worden. De methode moet wel consistent worden toegepast in de boekhouding.


Betaal je minder belasting met LIFO dan met FIFO?

In een stijgende markt leidt LIFO doorgaans tot lagere belastbare meerwaarden in het lopende boekjaar dan FIFO, omdat de duurste en recent gekochte coins als eerste worden afgeboekt. Het belastingvoordeel is echter latent: de meerwaarde op de oudere, goedkopere coins blijft in de portefeuille zitten en wordt belast bij latere realisatie. Of LIFO uiteindelijk minder belasting oplevert, hangt af van het tijdspad van realisaties en de toekomstige marktomstandigheden.


Mag je overstappen van FIFO naar LIFO in een vennootschap?

In principe niet zonder gegronde reden. Het consistentiebeginsel in de boekhouding vereist dat de gekozen methode stelselmatig wordt toegepast. Een overstap moet gemotiveerd worden vanuit de aard van de cryptoactiviteit en kan door de fiscus kritisch worden bekeken, zeker wanneer de wijziging samenvalt met een gunstig fiscaal moment.


Hoe bewijs je de boekwaarde van crypto in een vennootschap?

De boekwaarde moet onderbouwd worden met sluitende documentatie van elke aanschaffing: transactiebewijzen van de exchange, blockchain-records (transaction hashes en wallet addresses), bankafschriften van de fiat-aankoop en de toepasselijke wisselkoers op datum van verwerving. Bij ontvangst als betaalmiddel of via mining geldt de marktwaarde op dag van ontvangst als boekwaarde, gestaafd met de marktnotering op die datum. Zonder bewijsbare boekwaarde loopt de vennootschap het risico dat de fiscus de meerwaarde herrekent op basis van een nul-aanschaffingswaarde.


Zijn minderwaarden op crypto aftrekbaar in de vennootschapsbelasting?

Ja. Op grond van artikel 49 WIB92 zijn minderwaarden op cryptomunten in principe aftrekbaar als beroepskosten, zolang ze voldoen aan de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden. Er bestaat geen specifieke fiscale bepaling die deze aftrekbaarheid uitsluit. De Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft dit principe bevestigd.


Hoe wordt de boekwaarde van geminede cryptomunten bepaald?

Bij mining is de boekwaarde gelijk aan de marktwaarde van de cryptomunten op het moment van ontvangst. De gedetailleerde fiscale behandeling van mining in een vennootschap bespraken we in onze analyse over crypto mining in de vennootschap.


Heb je hulp nodig bij de fiscale structurering van crypto in je vennootschap? Boek een afspraak of contacteer ons rechtstreeks.



Christophe Romero Senne Verholle

Contact

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page