top of page

Circulaire 2026/C/74: wat de nieuwe meerwaardebelasting concreet betekent voor crypto

Bijgewerkt op: 24 jul

Snel antwoord 

De FOD Financiën publiceerde op 22 juli 2026 circulaire 2026/C/74 over de meerwaardebelasting op financiële activa. Voor crypto bevestigt de circulaire grotendeels wat al bekend was uit de parlementaire voorbereiding: elke swap, stablecoin-omzetting of betaling met crypto is een belastbare realisatie, wallet-to-wallet-transfers niet, en airdrops hebben geen aanschaffingswaarde. Nieuw en nuttig is de bevestiging dat de waarde op het fotomoment (31.12.2025) vrij mag worden bewezen (een screenshot volstaat) en dat wie zijn originele aanschaffingswaarde niet kan bewijzen, gewoon mag terugvallen op die waarde.

I. Wat telt als "cryptoactivum"? Niets nieuws onder de zon

De circulaire hanteert de MiCA-definitie (Verordening 2023/1114) en onderscheidt vier categorieën: elektronischgeldtokens, activagerelateerde tokens, utility tokens en de restcategorie waaronder BTC en ETH vallen (randnr. 77). Ook de positie van security tokens — die buiten MiCA vallen maar via de wet van 02.08.2002 toch als effect kunnen kwalificeren — wordt bevestigd (randnr. 78).

Dit is letterlijk wat al in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp stond. Wij bespraken deze definitie en de indeling in categorieën al uitgebreid in Meerwaardebelasting op crypto in België: 10% heffing vanaf 2026 uitgelegd. De circulaire voegt op dit punt geen nieuwe interpretatie toe, ze herhaalt de parlementaire voorbereiding.

II. Belastbare realisatie: swap, stablecoin, betaalkaart — ook hier bevestiging, geen nieuwigheid

Randnr. 85-87 bevestigt dat elke vervreemding van crypto (dus zowel de omzetting naar een andere cryptomunt als naar fiduciaire valuta) een overdracht onder bezwarende titel vormt, aansluitend bij het begrip wisseltransactie uit DAC8. Ook het gebruik van een crypto-betaalkaart (Revolut, Nexo, Bitrefill, Bybit Card...) wordt uitdrukkelijk als realisatie bevestigd. Transfers tussen eigen wallets, met inbegrip van een verplaatsing van cold storage naar een exchange, blijven daarentegen buiten schot.

Ook dit stond al zo in de parlementaire voorbereiding en werd door ons al besproken in Ruilen of swappen van crypto in België: belastbare realisatie uitgelegd en in Meerwaardebelasting op crypto in België: 10% heffing vanaf 2026 uitgelegd. De circulaire citeert hier in feite de eigen parlementaire stukken.

III. Airdrops: bevestiging van een reeds bekend standpunt

Randnr. 128 bevestigt dat crypto verkregen via een airdrop om niet is verkregen, zodat er op het moment van verkrijging geen aanschaffingswaarde bestaat. Bij een latere verkoop is bijgevolg het volledige ontvangen bedrag een belastbare meerwaarde.

Ook dit hadden we al aangekaart in Cryptoactiva geviseerd in de nieuwe meerwaardebelasting, waar we deze regel al bespraken op basis van de toenmalige memorie van toelichting. Ook hier dus een letterlijke bevestiging, geen koerswijziging.

IV. Waardebepaling op het fotomoment: vrije bewijsvoering, en een nuttige vangnet

Interessanter is randnr. 164. De circulaire bevestigt dat een belastingplichtige volledig vrij is in zijn bewijsvoering voor de koers van een cryptoactivum op 31.12.2025 — een screenshot van de trading-app kan volstaan. Er is geen verplichting om een gemiddelde te berekenen over alle beurzen waarop het actief verhandeld wordt.

Wat minstens even nuttig is: wie zijn oorspronkelijke aanschaffingswaarde niet (meer) kan bewijzen, hoeft niet wanhopig te zijn.

Uit randnr. 149 volgt dat de regel "geen bewijs = volledige verkoopprijs is meerwaarde" (art. 102, § 1, zesde lid, WIB 92) in de praktijk enkel geldt als ultimum remedium, en dan nog vooral voor activa aangekocht ná 31.12.2025. Voor crypto die vóór 01.01.2026 werd aangeschaft, kan de belastingplichtige gewoon terugvallen op de waarde op het fotomoment. Hij moet dan enkel aantonen dát het actief reeds vóór 01.01.2026 in zijn bezit was, met om het even welk middel (schriftelijk bewijs, screenshots met tijdstempel, getuigenverklaringen, vermoedens), behalve de eed. Wie dus geen volledige aankoophistoriek heeft, is niet noodzakelijk overgeleverd aan een volledige belasting op de verkoopprijs: het bezit vóór 2026 aantonen volstaat om de fotomoment-waarde als aanschaffingswaarde te mogen gebruiken.

V. FIFO per wallet: een regel die botst met de praktijk

Hier wordt het minder overtuigend. Randnr. 144 stelt dat de FIFO-methode, om "praktische en administratieve overwegingen", afzonderlijk per effectenrekening, voor crypto dus per wallet of exchange, moet worden toegepast wanneer eenzelfde belastingplichtige identieke activa op verschillende rekeningen aanhoudt.

Voor klassieke effectenportefeuilles is dat een werkbaar principe. Voor crypto is het dat vaak niet. Coins verhuizen voortdurend tussen cold storage, exchanges en zelfbeheerde wallets, transfers die zelf, terecht, geen belastbaar feit vormen (randnr. 87). Een strikte FIFO-toepassing per wallet vereist dat elke coin zijn "herkomstetiket" behoudt doorheen al die verschuivingen, wat bij actief portefeuillebeheer, DeFi-gebruik of meerdere cold storage-apparaten in de praktijk quasi onmogelijk te reconstrueren is.

Het is dan ook opmerkelijk dat de circulaire zich hier beroept op "praktische overwegingen" om net het omgekeerde resultaat te bereiken. Diezelfde praktische logica pleit er onzes inziens voor om bij crypto, net zoals algemeen aanvaard wordt bij klassieke effectenportefeuilles, geen depotseparatie op te leggen en FIFO globaal per belastingplichtige toe te passen. Wij schreven zelf al eerder, vóór het verschijnen van deze circulaire, dat een depotseparatiebenadering per wallet zou leiden tot "een onwerkbare administratieve last" — zie Meerwaardebelasting op crypto in België: 10% heffing vanaf 2026 uitgelegd. De circulaire gaat op dit punt lijnrecht in tegen die praktische realiteit, en wij zijn het dan ook niet eens met deze lezing.

VI. Vrijstellingen en aangifteplicht: geen wijzigingen specifiek voor crypto

De basisvrijstelling (€10.000, geïndexeerd) en de aanvullende vrijstelling (op te bouwen tot €15.000) gelden voor crypto op dezelfde manier als voor andere financiële activa binnen het algemeen regime (art. 90, eerste lid, 9°, c), WIB 92). Wel specifiek voor crypto: er wordt nooit roerende voorheffing ingehouden op crypto-meerwaarden (randnr. 120), zodat de belastingplichtige deze steeds zelf moet opnemen in zijn aangifte personenbelasting, in tegenstelling tot bijvoorbeeld beursgenoteerde aandelen, waar de roerende voorheffing wel automatisch kan worden ingehouden.

VII. Normaal beheer versus speculatie bij crypto: de circulaire zelf voegt weinig toe

Randnr. 192 somt de factoren op die bij crypto relevant zijn om abnormaal of speculatief beheer te beoordelen: het aandeel van het vermogen dat in crypto wordt geïnvesteerd, het gebruik van financiering, en de inzet van geautomatiseerde tools of bots. Deze factoren moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld, geen enkel criterium is op zich doorslaggevend.

Dit is echter. Dit is echter niets nieuws. De onderliggende parlementaire voorbereiding is hier eigenlijk interessanter dan de circulaire zelf: minister Jambon gaf deze precieze criteria al mee in de Kamercommissie Financiën van 27 januari 2026, en benadrukte daarbij dat de bewijslast bij de fiscus ligt en dat abnormaal beheer slechts in uitzonderlijke gevallen zal worden aangenomen. Wij bespraken deze verklaring, de achterliggende DVB-praktijk en de daaruit voortvloeiende (en volgens ons soms te strikte) 25%-grens al uitgebreid in Goede huisvader versus speculatie en abnormaal beheer in België (2026). Wie wil weten hoe dit onderscheid concreet in de praktijk wordt toegepast, verwijzen we graag naar dat artikel.

VIII. NFT's: bevestiging, geen koerswijziging

Tot slot bevestigt randnr. 79-80 dat NFT's enkel onder de meerwaardebelasting vallen wanneer ze effectief voor betalings- of beleggingsdoeleinden gebruikt kunnen worden — bijvoorbeeld doordat ze vrij verhandelbaar zijn op een marktplaats zoals OpenSea. Zuivere digitale kunst of verzamelobjecten zonder die functie vallen buiten het toepassingsgebied, al blijven ze wel onderworpen aan het oude 33%-regime bij speculatie. Ook dit stond al zo in de memorie van toelichting.

IX. Conclusie

Circulaire 2026/C/74 brengt voor crypto weinig fundamenteel nieuws. De kernbeginselen (de MiCA-definitie van cryptoactiva, de belastbaarheid van swaps, stablecoin-omzettingen en betalingen met crypto, de vrijstelling van wallet-to-wallet-transfers, en de behandeling van airdrops) waren al af te leiden uit de parlementaire voorbereiding bij de wet van 06.04.2026. De circulaire bevestigt hier vooral, zonder wezenlijk te verduidelijken.

Twee punten verdienen wel bijzondere aandacht. Enerzijds is de vrije bewijsvoering voor de waarde op het fotomoment een welkome geruststelling voor beleggers zonder volledige historiek: bezit vóór 2026 aantonen volstaat om op de fotomoment-waarde te kunnen terugvallen. Anderzijds dreigt de verplichting om FIFO per wallet toe te passen in de praktijk voor heel wat cryptobeleggers een onwerkbare en administratief zware oefening te worden, een lezing die volgens ons niet strookt met de eigen "praktische overwegingen" die de circulaire aanhaalt, en die haaks staat op wat algemeen aanvaard is voor klassieke effectenportefeuilles.

Voor de kwalificatie als normaal beheer versus speculatie blijft de circulaire dicht bij wat minister Jambon al in januari 2026 in de Kamercommissie meegaf: de bewijslast ligt bij de fiscus, en abnormaal beheer zal slechts uitzonderlijk worden aangenomen. De praktische toepassing van dat onderscheid, en de rol van de DVB-praktijk daarin, blijft echter minstens even bepalend als de tekst van de circulaire zelf.

Voor cryptobeleggers verandert er met deze circulaire dus weinig aan de fiscale spelregels, maar zij biedt wel houvast bij twee concrete knelpunten (de bewijsvoering van historische waarden, en, met de nodige voorbehoud, de toepassing van FIFO).

privévermogen.

Over Aeacus Lawyers

Aeacus Lawyers is een Belgisch advocatenkantoor gespecialiseerd in crypto-fiscaal recht en financieel recht. Wij begeleiden investeerders, traders, founders en ondernemingen bij de fiscale, regulatoire aspecten en fiscale procedures inzake digitale activa en financiële assets.

Dit artikel is louter informatief. Heeft u bijkomende vragen over de fiscaliteit van cryptoactiva of uw persoonlijke situatie? Klik hieronder voor een vrijblijvende en kosteloze eerste afspraak.



Indien u nog andere vragen hebt over crypto bekijk dan zeker onze Frequently Asked Questions (FAQ)



Christophe Romero Senne Verholle

 
 

Contact

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page