top of page

Aandelen kopen met een lening: niet altijd abnormaal beheer

In het kort

Het aankopen van aandelen met een lening leidt niet automatisch tot speculatief inkomen of abnormaal beheer van privévermogen. In voorafgaande beslissing nr. 2020.0177 aanvaardde de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat een toekomstige meerwaarde op aandelen niet belastbaar zou zijn, hoewel de aankoop gedeeltelijk met een banklening werd gefinancierd.

1. Feiten van de ruling

De aanvrager was CEO van een buitenlandse groep. In het kader van een management incentive plan kreeg hij de mogelijkheid om een beperkte participatie te verwerven in een buitenlandse vennootschap.

Het doel van dat plan was om de belangen van de CEO en de aandeelhouder beter op elkaar af te stemmen. De aandelen werden gedeeltelijk betaald met een banklening. De lening moest over vijf jaar worden terugbetaald en had een variabele rentevoet.

Belangrijk is dat de aanvrager over voldoende vermogen en inkomsten beschikte om de investering met eigen middelen te financieren. Hij koos echter bewust voor een lening omdat dit vanuit rendabiliteitsperspectief interessanter was.

Na de aankoop hield de aanvrager slechts een beperkte participatie aan. De overige aandelen bleven in handen van de hoofdaandeelhouder. Op de aandelen rustten bovendien verschillende contractuele mechanismen, zoals een volgplicht, volgrecht, good leaver en bad leaver bepalingen, callopties en putopties.

De aanvrager vroeg de Dienst Voorafgaande Beslissingen om te bevestigen dat een toekomstige meerwaarde op deze aandelen niet aanzien zou worden als speculatief maar wel als normaal beheer van privévermogen.

2. Beslissing van de Dienst Voorafgaande Beslissingen

De Dienst Voorafgaande Beslissingen oordeelde eerst dat een toekomstige meerwaarde niet als beroepsinkomen belastbaar zou zijn.

Er was geen sprake van een geheel van voldoende talrijke en onderling verbonden verrichtingen die een gewone en voortgezette beroepsactiviteit uitmaakten. De aanvrager bleef CEO en zijn arbeidsvergoeding was niet gedaald door de verwerving van de aandelen.

Vervolgens bevestigde de Dienst dat een toekomstige verkoop van de aandelen kon worden beschouwd als een normale verrichting van beheer van privévermogen.

De aankoop met een lening was daarbij niet doorslaggevend tegen de belastingplichtige. Integendeel, de Dienst aanvaardde uitdrukkelijk dat de aanvrager voldoende eigen middelen had, maar voor een lening koos omdat het vrijmaken van eigen middelen duurder was dan het aangaan van een banklening.

Daarnaast speelde mee dat de investering ongeveer 25% van het totale vermogen vertegenwoordigde, zodat er voldoende risicospreiding bleef. Ook waren er geen bijzondere uitkeringsrechten, geen carried interest, geen complexe verrichting en geen spitsvondig feitencomplex.

De eventuele meerwaarde zou daarom niet voortkomen uit speculatie.

3. Wat kunnen we hieruit leren?

Deze beslissing bevestigt dat het gebruik van een lening bij de aankoop van aandelen niet automatisch leidt tot abnormaal beheer van privévermogen.

Een lening kan een normaal financieel instrument zijn, zeker wanneer de belastingplichtige over voldoende eigen middelen beschikt en de keuze voor externe financiering economisch verantwoord is. Het enkele feit dat een investering wordt gefinancierd met vreemd vermogen volstaat dus niet om de latere meerwaarde als speculatief of belastbaar divers inkomen te kwalificeren.

De beoordeling blijft steeds feitelijk. Relevante elementen zijn onder meer:

  • de omvang van de investering in verhouding tot het totale vermogen;

  • de aanwezigheid van voldoende risicospreiding;

  • de reden waarom een lening werd gebruikt;

  • het ontbreken van een professioneel of georganiseerd karakter;

  • het ontbreken van complexe of kunstmatige structuren;

  • het ontbreken van bijzondere uitkeringsrechten of carried interest.

Hoewel deze voorafgaande beslissing betrekking heeft op aandelen, kan de onderliggende redenering ons inziens mutatis mutandis worden toegepast op andere financiële activa, waaronder cryptoactiva.

Ook bij crypto geldt dat het gebruik van externe financiering op zichzelf niet automatisch tot speculatie of abnormaal beheer hoeft te leiden. Het blijft steeds noodzakelijk om het volledige feitenkader te beoordelen, waaronder de financiële draagkracht van de belastingplichtige, de omvang van de investering in verhouding tot het totale vermogen, de mate van risicospreiding, de reden voor het gebruik van een lening en het al dan niet bestaan van een professioneel of georganiseerd karakter.

Dit ligt in dezelfde lijn als het recente vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Waals-Brabant, waarin werd geoordeeld dat een korte holdingperiode en een geconcentreerde positie in één aandeel op zichzelf niet volstaan om te besluiten tot speculatie of abnormaal beheer van privévermogen. De beoordeling moet steeds gebeuren op basis van het volledige feitenkader, waarbij één afzonderlijk element niet automatisch doorslaggevend is.

4. Besluit

Aandelen of andere financiële activa aankopen met een lening is niet per definitie speculatief. Wanneer de lening past binnen een redelijke vermogensplanning, de belastingplichtige voldoende draagkracht heeft, het risico beheersbaar blijft en er geen professioneel of kunstmatig karakter aanwezig is, kan een latere meerwaarde nog steeds kaderen binnen het normaal beheer van privévermogen.

Voorafgaande beslissing nr. 2020.0177 bevestigt dus dat financiering met een banklening een belangrijk aandachtspunt is, maar geen automatisch uitsluitingscriterium voor normaal privébeheer.

Deze beslissing sluit aan bij de rulingpraktijk, rechtspraak en rechtsleer waarbij afzonderlijke risicofactoren niet automatisch doorslaggevend zijn. Zo leidt het gebruik van futures niet automatisch tot speculatie, net zoals een relatief korte holdingperiode, een sterke concentratie in één activum of een aanzienlijke meerwaarde op zichzelf niet volstaan om normaal privébeheer uit te sluiten.

Voor alle duidelijkheid moet daarbij wel worden opgemerkt dat, los van de kwalificatie als normaal beheer van privévermogen, vanaf 2026 de algemene meerwaardebelasting op financiële activa van toepassing kan zijn. Een meerwaarde kan dus buiten het regime van speculatieve of diverse inkomsten vallen, maar alsnog onder de nieuwe algemene meerwaardebelasting worden belast indien aan de toepassingsvoorwaarden daarvan is voldaan.

Over Aeacus Lawyers

Aeacus Lawyers is een Belgisch advocatenkantoor gespecialiseerd in crypto-fiscaal recht en financieel recht. Wij begeleiden investeerders, traders, founders en ondernemingen bij de fiscale en regulatoire aspecten van digitale activa en financiële structuren.

Dit artikel is louter informatief. Heeft u bijkomende vragen over de fiscaliteit van cryptoactiva of uw persoonlijke situatie? Klik hieronder voor een vrijblijvende en kosteloze eerste afspraak.



Indien u nog andere vragen hebt over crypto bekijk dan zeker onze Frequently Asked Questions (FAQ)

Auteur: Senne Verholle

Senne Verholle is advocaat aan de Balie Brussel en is gespecialiseerd in de fiscale en juridische behandeling van cryptoactiva. Binnen Aeacus Lawyers focust hij zich op crypto tax advisory, de analyse en fiscale kwalificatie van crypto-inkomsten, meerwaarden, staking rewards en andere digitale activa. Hij begeleidt cliënten onder meer bij fiscale analyses, aangiftes, rulings.

 
 

Contact

Aeacus Lawyers staat tot uw dienst voor al uw juridische vragen. U kan met ons geheel vrijblijvend contact opnemen via het onderstaande e-mailadres of door het onderstaande formulier in te vullen. Wij komen zo spoedig mogelijk bij u terug. 

bottom of page